Interview met Albert Kuiper

De technologische (maak)industrie is de ruggengraat van onze economie. Wat maakt deze sector volgens u onmisbaar voor Nederland, nu en in de toekomst?

Uiteraard hebben we de producten uit de  maakindustrie heel hard nodig, voor bijvoorbeeld de energietransitie en mobiliteit. Maar ook zijn de technische banen in deze sectoren vaak welvaartsbanen. MBO’ers kunnen soms anderhalf tot twee keer modaal verdienen in de metalektro. Die mensen kopen een huis, gaan naar het theater en kunnen hun brood nog bij de bakker halen. Deze vakkrachten houden het welvaartsniveau van Nederland hoog. Geef je die banen weg aan het buitenland en komen er minder goed betaalde banen voor terug, dan heeft heel Nederland daar last van.’

Innovatie en verduurzaming zijn cruciaal voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen voor de toekomst. Welke concrete bijdragen levert de technologische industrie vandaag al aan de energietransitie, de zorg en veiligheid, en wat is e nodig om die impact te vergroten?

‘Die bijdrage van onze sector is heel groot. Veel bedrijven gaan van het gas af. De technische installaties om meer met zelf opgewekte energie te werken, worden door ‘ons’ gemaakr. En windmolens en alle kabels die nodig zijn om elektriciteit op te wekken en te vervoeren komen ook allemaal uit onze industrie. Een ander groot issue in Nederland is hoe we steeds slimmer kunnen werken, zodat we bijvoorbeeld goed om kunnen gaan met de toenemende vergrijzing. Denk daarbij aan robots, die in steeds meer sectoren worden ingezet. En die komen ook allemaal uit de metaalsector.’

De internationale concurrentiepositie van Nederland staat onder druk. Welke voorwaarden zijn volgens u essentieel om de technologische industrie te versterken, bedrijven hier te laten groeien en Nederland aantrekkelijk te houden als vestigingsland?

‘Het is heel belangrijk dat onze bedrijven een gelijk speelveld krijgen met omringende landen qua energieprijzen. Die zijn in Nederland soms 60% hoger dan in buurlanden. Daarom zien we bedrijven vertrekken. Daarom roepen wij de overheid op om bedrijven hierin tegemoet te komen. En tegelijkertijd willen we dat de bedrijven het geld dat vrijkomt door lagere energietarieven investeren in vergroening en verduurzaming.’

Met het oog op 2050: welke rol ziet u voor technologische industrie in een sterk, duurzaam en strategisch zelfstandig Nederland?

‘Ik zie een belangrijke rol. Het is heel simpel: we gaan onze klimaatdoestellingen niet halen zonder de metalektro-sector. En een motor als de metalektro is ook onmisbaar in heel veel andere grote thema’s, zoals slimmer werken en de stikstofcrisis. Wij als sector maken zo enorm veel dat we nodig hebben. Vergeet ook niet alle technlogie, zoals chips. Natuurlijk, we kunnen alles uit het buitenland halen. Maar dan word je als land enorm afhankelijk en zet je jezelf vroeg of laat op achterstand. Dat moet je echt niet willen.’

Politieke keuzes bepalen mede het speelveld voor de industrie. Welke drie prioriteiten wilt u dat kandidaat-Kamerleden meenemen uit dit verkiezingsdebat over de toekomst van de technologische industrie?

‘Scholing vind ik heel belangrijk. Dat jongeren meer gestimuleerd worden om in de techniek te gaan werken. Want we komen vakkrachten tekort. Daarnaast moet er een innovatieprogramma voor vergroening komen, in samenwerking met de branche. En zoals eerder gezegd: pas de energietarieven aan, zodat bedrijven in Nederland willen blijven.’

Samen in de ROM